FAQ’s

Waarom is vanaf 2014 de structuur van de GGZ anders?

Grondgedachte van de stelselwijziging van de GGZ is dat eerder vaak onnodig zware en daardoor te dure zorg werd verleend. Het streven is de zorg lichter, en dus goedkoper te maken. Dit door de volgende veranderingen:

- een deel van de huidige specialistische GGZ wordt overgeheveld naar de Basis GGZ;

- een deel van de huidige eerstelijnspsychologie wordt overgeheveld naar de huisarts, ondersteund door de POH GGZ;

- een deel van de huisartsenzorg wordt vervangen door zelfzorg.

Wat is er vanaf 2014 anders?

De huidige eerstelijns GGZ en een deel van de tweedelijns GGZ vormen vanaf 2014 samen de Basis  GGZ. Het andere deel van de tweedelijns GGZ wordt de Gespecialiseerde GGZ. In het bijbehorende nieuwe vergoedingensysteem in de Basis GGZ vervalt de declaratie per consult. Daarvoor in de plaats is er een stelsel met vier zorgprestaties: Kort, Middel, Intensief en Chronisch. Iedere zorgprestatie (ook wel product genoemd) telt een vast aantal minuten, waarbinnen de totale prestatie (intake, diagnose, behandeling, overleg huisarts, e-health, etc.) dient plaats te vinden. Afhankelijk van de zorgvraag wordt de cliënt binnen een van deze vier producten behandeld. Ook patiënten met stabiele chronische problemen kunnen dus binnen de basis GGZ worden behandeld.

De zogenaamde poortwachtersfunctie van de huisarts wordt versterkt. Dit betekent dat u bepaalt of een patiënt  behandeld kan worden in de huisartsenzorg, dan wel moet worden doorverwezen naar de Basis GGZ of de Gespecialiseerde GGZ. Vergoeding vindt alleen plaats als er sprake is van zo’n verwijzing. Hierbij is de richtlijn dat er enkel mag worden verwezen als u het vermoeden heeft dat er sprake is van klachten die binnen de DSM IV als stoornis te rubriceren zijn. Voor niet-vergoede zorg is geen verwijzing noodzakelijk. De hulpverlener is degene die de diagnose stelt en die bepaalt welk product geleverd zal worden.

Meer informatie hierover valt te vinden op www.invoeringbasisggz.nl

Wat zijn voor mij en mijn patiënten de belangrijkste gevolgen?

- Minder van uw patiënten mogen worden doorverwezen voor behandeling binnen de GGZ.

- Doorverwezen patiënten worden gemiddeld minder lang behandeld.

- Binnen uw praktijk moet meer zorg moet worden geleverd aan patiënten met psychische klachten, wat het inschakelen van een POH-GGZ wenselijker maakt.

- U als verwijzer zult de nodige kennis moeten hebben of verwerven over het rubriceren van klachten binnen de DSM, of hiervoor een POH-GGZ inschakelen. Ook consultatie  bij een hulpverlener uit de Basis GGZ of Specialistische GGZ is mogelijk. Hiervoor moet u wel een overeenkomst voor POH-GGZ hebben met de zorgverzekeraar.

Op grond van welke criteria verwijs ik naar een van de echelons?

Het rapport HHM (zie http://www.hhm.nl/nieuws/114/generalistische-basis-ggz) vormt de basis voor de NZA Beleidsregel Generalistische Basis GGZ ( zie http://www.nvgzp.nl/wp-content/uploads/2013/10/NZA-Beleidsregel-Generalistische-basis-GGZ-okt.-2013-BR-CU-5101_.pdf).  waarin de verwijscriteria voor de drie echelons in de GGZ formeel zijn vastgelegd.

Er zijn vijf criteria op basis waarvan bepaald wordt waar de patiënt behandeld wordt. Dit zijn:

1. Is er sprake van een vermoeden van een binnen de DSM IV te rubriceren stoornis?

2. Wat is de ernst van de problematiek?

3. Is er sprake van risico op ernstige zelfverwaarlozing, verwaarlozing van naasten, decompensatie, suïcide, huiselijk geweld en dergelijke?

4. Hoe complex is de problematiek?

5. Hoe is het beloop van de klachten tot nu toe?

De criteria staan hieronder weergegeven in een tabel.

Huisarts + POH
Geen (vermoeden van) DSM-stoornis DSM-stoornissen met lage ernst, laag risico, lage complexiteit, beloop beantwoordt nog niet aan criteria uit de richtlijn)
Stabiele chronische problematiek
Basis GGZ
Vermoeden van een DSM-stoornis waarbij:
- ernst matig of groot
- en/of risico matig
- en/of complexiteit matig
- en/of beloop beantwoordt aan criteria richtlijn
Specialistische GGZ
Vermoeden van een DSM-stoornis waarbij:
- hoog risico
- en/of hoge complexiteit

Mag mijn POH-GGZ ook verwijzen?

De praktijkondersteuner van de huisarts (POH-GGZ) kan de huisarts adviseren, maar heeft geen verwijzingsbevoegdheid.

Zijn er instrumenten om mijn keuze voor verwijzing te vergemakkelijken?

Er  zijn momenteel verschillende partijen die inzetten op het ontwikkelen van screeners die de verwijzing naar de echelons zouden moeten vergemakkelijken.

Een al eerder ontwikkelde vragenlijst die als algemene screener kan worden ingezet is de 4DKL. Hierover is een artikel gepubliceerd in Huisarts & Wetenschap, maart 2009. Digitaal voor abonnees: http://www.henw.org/archief/id981-de-vierdimensionale-klachtenlijst-4dkl-spoort-psychische-problemen-op-.html. Meer info over onder meer verkrijgbaarheid: http://www.psychischenwerk.nl/pw/subarticle.php?id=61

 

Wat is er mogelijk binnen de POH-GGZ?

De POH-GGZ – Praktijkondersteuning Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg – is niet nieuw in de huisartsenzorg. Huisartspraktijken kunnen zich sinds 2008  laten ondersteunen door een POH-GGZ. Deze kan op verzoek van de huisarts een patiënt met psychische problemen zien om een beter beeld van de klacht te krijgen, de mogelijk nodige behandeling vast te stellen en verdere begeleiding te verlenen. Onder de verrichtingen van de POH-GGZ vallen consulten, visites en telefonisch consulten. Ook kan de POH-GGZ in overleg met de huisarts bekijken of de patiënt doorverwezen moet worden naar de GGZ. De POH-GGZ kan door verschillende soorten zorgaanbieders worden vervuld, bijvoorbeeld psychologen, verpleegkundigen of maatschappelijk werkers. Uiteraard wel voor verrichtingen waarvoor zij bekwaam en bevoegd zijn. De huisarts bepaalt zelf wie en hoe hij de POH-GGZ functie invult. De POH-GGZ kan in loondienst van de huisartsenpraktijk werken of ingehuurd worden door de huisarts. De POH-GGZ werkt altijd voor en onder verantwoordelijkheid van een huisarts. De POH-GGZ wordt geacht een plaats in de huisartsenpraktijk te hebben, snel te kunnen schakelen met de huisartsen en andere hulpverleners binnen de praktijk en toegang te hebben tot het huisartseninformatie systeem HIS. De POH-GGZ maakt afspraken hierover met de huisartsen in een onderling contract of door bij de huisarts in dienst te treden. De huisarts declareert deze zorg als daarover een afspraak met de verzekeraar is gemaakt, met een opslag op het inschrijftarief (module POH-GGZ) en per consult.

De huisarts en de POH-GGZ vormen vanaf 1 januari 2014 samen één van de drie echelons waarbinnen de GGZ vanaf 2014 wordt aangeboden. Dit echelon is de eerste plaats waar patiënten met psychische problemen terecht komen. De huisarts beoordeelt in eerste instantie of hier een vermoeden van een DSM-IV stoornis is en moet worden doorverwezen naar de Basis GGZ of de Gespecialiseerde GGZ. Lichtere klachten behandelt hij in principe zelf binnen de huisartsenpraktijk. De huisarts kan zich daarbij laten ondersteunen door de POH-GGZ.

Verder is het mogelijk specialisten te consulteren zoals een klinisch psycholoog of een psychiater naar gelang de vraag van de patiënten. Ook wordt het mogelijk behandelingen via internet (e-health) onder de POH-GGZ aan te bieden. De mix van behandelingen, e-health en consultaties bepaalt de POH-GGZ in principe zelf, maar altijd onder verantwoordelijkheid van de huisarts. Voor de bekostiging van de POH-GGZ bestaat een apart opslagtarief per ingeschrevene bij een huisartsenpraktijk. Daarnaast ontvangt de huisarts per consult een consultatietarief. De kosten van een POH-GGZ worden voor ¾ gedekt door het vaste inschrijftarief en ¼ door de consultatietarieven. De vergoeding in 2013 voor de POH-GGZ is gebaseerd op een inzet van 9 uur per normpraktijk van 2350 ingeschreven patiënten. In 2014 gaat deze vergoeding omhoog vanwege de uitbreiding van de functie van de POH-GGZ. Ook wordt het voor niet-huisartsen mogelijk rechtstreeks een contract met verzekeraars af te sluiten voor de POH-GGZ. De huisarts-POH kan dan rechtstreeks bij de verzekeraar declareren. Voorwaarde blijft dat er altijd een contract met zowel huisarts als verzekeraar moet zijn. De huisarts blijft ook in dit geval verantwoordelijk voor de verrichtingen van de POH-GGZ. Psychologen die door de POH-GGZ worden geconsulteerd, verrekenen de kosten hiervoor rechtstreeks bij de POH-GGZ. Met de ruimere tarieven en deze flexibilisering wil de minister bereiken dat meer praktijken gebruik maken van een POH-GGZ. De NZA stelt hiervoor maximatarieven vast. Tarieven voor onderlinge dienstverlening tussen huisarts, POH-GGZ en eventuele geconsulteerde specialisten zijn vrij.

Wat als een patiënt ten onrechte in een echelon terechtkomt?

Als blijkt dat uw patiënt niet thuis hoort in het echelon waarnaar hij of zij is verwezen, dan zal de hulpverlener u hiervan op de hoogte stellen en doorverwijzing suggereren naar een lager ofwel hoger echelon. Dit kan al na een eerste gesprek duidelijk zijn of pas duidelijk worden tijdens de behandeling. Ook kunnen zich omstandigheden voordoen waardoor een behandeling complexer wordt dan ingeschat.

Moet mijn patiënt na een terugverwijzing opnieuw wachten?

Als direct na de intake duidelijk is dat de patiënt moet worden doorverwezen, vinden we het niet reëel als hij of zij opnieuw op een lange wachttijd terecht komt. Wij zullen binnen Psy Vechtdal er dan ook ernaar streven om de wachttijd zo beperkt mogelijk te houden, door uw patiënt bovenaan de wachtlijst te zetten. Het is dus in het belang van andere patiënten én van de hulpverleners om zoveel mogelijk ‘terechte verwijzingen’ te krijgen. Mocht u dit lastig vinden, dan zijn wij u uiteraard graag van dienst (consultatie).

Kan mijn patiënt twee behandelingen na elkaar krijgen in de Basis GGZ?

Er is geen beperking aan het aantal producten in de Basis GGZ, tenzij de verzekeraar deze heeft gesteld. Een patiënt kan bijvoorbeeld twee keer een korte behandeling krijgen. Voorwaarde is wel dat u ook dan de verwijzing doet. De hoofdbehandelaar in de basis GGZ mag nooit een patiënt een tweede behandeling geven zonder tussenkomst van u. Het kan gaan om een tweede behandeling op grond van een andere diagnose. Het kan ook om dezelfde diagnose gaan. In het laatste geval is dan wel de overweging of een vervolg wél afdoende zal zijn, of dat een verwijzing naar de gespecialiseerde GGZ niet meer gepast is.

Kan een patiënt van het ene naar andere echelon worden verwezen?

Als de patiënt na behandeling binnen de Basis GGZ nog (steeds) een probleem of klacht heeft die behandeling nodig heeft zorgvraag heeft, krijgt u hiervan bericht van de behandelaar. U heeft dan de mogelijkheid om de patiënt te verwijzen naar de gespecialiseerde GGZ.

Wie kan ik inschakelen voor consultatie en wie betaalt dat?

Huisarts en POH-GGZ hebben de mogelijkheid om een behandelaar uit de Basis GGZ of Gespecialiseerde GGZ te consulteren (raadpleging ten behoeve van diagnostiek of behandeling).  Hieronder vallen zowel  telefonisch contact tussen huisarts of POH-GGZ   en de zorgaanbieder uit een ander echelon als face-to-face contact van de zorgaanbieder uit Basis GGZ of Gespecialiseerde GGZ met de betrokken patiënt. De consulten  worden aan u in rekening gebracht (tarief is vrij) door de uitvoerende zorgaanbieder.

Hoe weet ik of de behandeling van een stoornis wel of niet wordt vergoed?

In 2013 werden al enkele stoornissen uitgesloten van vergoeding, waaronder aanpassingsstoornissen. Ook relatietherapie werd niet meer vergoed, tenzij dit nodig was ter behandeling van een stoornis van een van de partners. In de eerste helft van dit jaar heeft CVZ een voorstel uitgewerkt voor verdere beperking van het vergoedingenpakket in 2014. Belangrijkste elementen:

  1. Alleen vergoeding van als DSM-stoornis te rubriceren klachten.
  2. Geen vergoeding meer van geïndiceerde preventie van depressie, paniek- en angst en problematisch alcohol gebruik door gz-psychologen (wel door huisartsen)
  3. Handhaving van de uitsluiting van aanpassingsstoornissen, met uitzondering van aanpassingsstoornissen die het gevolg zijn van kindermisbruik of -mishandeling ;
  4. Een aantal stoornissen wordt uitgesloten, waaronder enkelvoudige fobieën, delier, en een aantal seksuele stoornissen;
  5. Uitsluiting van een aantal behandelmethoden, waaronder neurofeedback, psychoanalyse, Gestalttherapie (‘zwarte lijst’).

Kan een patiënt met een stoornis die niet in het verzekerde pakket valt ook niet worden behandeld?

Natuurlijk blijven patiënten met problemen en klachten waarvan de behandeling niet wordt vergoed, zoals relatietherapie is behandeling van een aanpassingsstoornis, vanuit het basispakket welkom bij de hulpverleners van Psy Vechtdal. In dat geval moeten zij de kosten zelf betalen. Hoeveel dat is, staat vermeld op de sites van de verschillende praktijken. Soms is de werkgever bereid (een deel van de) behandeling te vergoeden. Bij sommige verzekeraars, worden de kosten wel vanuit het aanvullende pakket vergoed.

Wat betekent het voor mijn patiënt als de hulpverlener niet met alle verzekeraars een contract heeft?

In dit geval declareert de hulpverlener aan de patiënt. Als de patiënt een naturapolis heeft met een verzekeraar waarmee de zorgverlener geen contract heeft, dan kan de patiënt de kosten declareren bij de zorgverzekeraar. In de regel zal de zorgverzekeraar echter slechts een deel van de kosten vergoeden. Tot en met 2013 was het zo dat de vergoeding van zorgverzekeraars zodanig moest zijn, dat er geen sprake was van een ‘hinderpaal’ voor de vrije keuze van een behandelaar. In de praktijk varieerden de percentages tussen de 50% en 75% van het gemiddelde tarief dat de betreffende verzekeraar betaalde. Momenteel worden voorbereidingen getroffen voor de aanpassing van het betreffende artikel van de Zorgverzekeringswet (artikel 13). Dit zal het in de toekomst mogelijk maken dat zorgverzekeraars minder behoeven te vergoeden. Sommige GGZ-watchers houden er rekening mee dat ongecontracteerde zorg op den duur bij naturapolissen helemaal niet meer vergoed zal worden. Als de patiënt een restitutiepolis heeft, kan de patiënt de kosten declareren bij de zorgverzekeraar. Bij een restitutiepolis betaalt de zorgverzekeraar het wettelijke NZa-tarief of een marktconforme vergoeding terug aan de patiënt.

Hoe zit het met eigen bijdrage en eigen risico?

De eigen bijdrage bij eerstelijnspsychologische zorg van € 20 per zitting is vanaf 2014 vervallen.

De Basis GGZ valt wel onder het eigen risico binnen de zorgverzekering. Dit eigen risico wordt in 2014 verhoogd naar € 360. Dit betekent dat, als de patiënt nog geen andere zorgkosten gemaakt heeft, hij/zij de eerste € 360 van de behandeling zelf moet betalen.

Waarom zou ik samenwerkingsafspraken met hulpverleners maken?

De zorgverzekeraars stellen toenemende eisen aan de zorg die in de GGZ als geheel wordt geleverd. Zo willen zij geformaliseerde afspraken over de wijze waarop de zorgpaden binnen de verschillende echelons op elkaar zijn af gestemd. Een goede samenwerking tussen huisartsen en hulpverleners in de GGZ bestond al, maar het aanscherpen hiervan blijkt dus nodig voor de continuïteit van de huidige zorg.